Print This Post

“Als je alleen een hamer hebt, ziet alles eruit als een spijker” - Abraham Maslow

Is het de onvolwassenheid van het vakgebied, of toch een soort beroepsdeformatie? Hoe dan ook: het behoort tot de folklore van BI-land dat inhoudelijke discussies gemakkelijk uitdraaien op een jacht op de technisch-inhoudelijke “single version of the truth”. Voor- en tegenstanders voeren strijd over zaken als de juiste datamodelleertechniek, het aantal lagen dat je in een datawarehouse-architectuur kan, mag of moet onderkennen, de vraag of operationele systemen wel of geen BI-capabilities mogen bevatten (en of dat dan BI mag of moet heten), en ga zo maar door – vaak vanuit een impliciete gedachtengang dat er maar één goed antwoord is op iedere architectuurvraag.

Architectuurproces

Zolang het om wat vrijblijvend gediscussieer gaat, is dat niet zo erg. Maar het architectuurproces in concrete projecten ziet er helaas vaak niet veel anders uit. In mijn ervaring worden architectuurkeuzes eerder bepaald door de voorkeur en stijl van de architect in charge, dan door de specifieke eisen die de organisatie stelt aan zijn BI-omgeving. En het komt al helemaal zelden voor dat architectuurkeuzes gedurende de life cycle van het systeem gereviewd en bijgesteld worden om eventuele gewijzigde eisen te kunnen bedienen.

Goed beschouwd is dat een nogal contraproductieve manier van architectuur bedrijven. Vrijwel iedere aanpak, methode of techniek die ooit bedacht is, heeft wel ergens zijn nut en toepasbaarheid; de kunst is om te begrijpen welke aanpak je in welke omstandigheden het beste kunt volgen.

Niet-functionele eisen

Om de juiste aanpak te bepalen, moet de architect vraag en aanbod tegen elkaar afwegen: enerzijds moet hij weten welke alternatieven er voorhanden zijn en wat hun sterke en zwakke punten zijn, anderzijds moet hij weten welke eisen de omgeving stelt aan de oplossing. We hebben het dan niet alleen over functionele eisen: juist voor architectuurkeuzes zijn de niet-functionele eisen de belangrijkste driver.

Deze afweging zie ik in BI-projecten maar zelden gemaakt worden. Mindset speelt daarbij een grote rol: wie zich niet realiseert dat niet-functionele eisen voor iedere BI-omgeving verschillend kunnen zijn, zal daar geen ook energie in steken. En een one trick pony-architect zal uit zichzelf geen vraagtekens zetten bij de toepasbaarheid van dat ene truukje (ook al moet hij zich af en toe in de raarste bochten wringen om dat truukje toch maar tegen heug en meug te kunnen blijven gebruiken).

Voor architecten met een breder repertoire kan het ontbreken van inzicht in de toepassingskarakteristieken van relevante alternatieven een probleem vormen. Over de sterke kanten van een oplossing is meestal genoeg te vinden, maar de zwakke kanten blijven nog weleens onderbelicht. (Dat is overigens niet altijd een kwestie van onwil of verkooptactiek: vaak worden de nadelen pas duidelijk nadat een oplossing eerst een paar keer in verschillende omstandigheden is toegepast).

Professionalisering

Er vallen dus nog wel een paar slagen te maken in de verdere professionalisering van het BI-architectuurproces.
Om te beginnen moeten we ons de terminologie en het gedachtegoed van niet-functionele eisen eigen maken. We hoeven dat wiel niet zelf uit te vinden, maar kunnen de kunst afkijken bij aanpalende IT-disciplines: een kwaliteitsmodel als ISO 9126, of het daarop gebaseerde Quint zou (wellicht met enige aanpassing) prima onderdeel kunnen gaan uitmaken van de BI body of knowledge.

Verder moet het boven tafel krijgen van de niet-functionele eisen een vast onderdeel van het BI-architectuurproces worden.
(Het zou evident moeten zijn dat je die – net als de functionele eisen – ophaalt bij de opdrachtgever. Dat dat kennelijk niet voor iedereen voor de hand ligt, blijkt uit een recente uitspraak van een collega-architect: “ja hoor eens, de business snapt niet eens wat een niet-functionele eis is. Dus daar moet je ze helemaal niet naar vragen. Volgens mij moet je dat gewoon zelf een beetje proberen in te schatten.” Nou… volgens mij niet.)

En natuurlijk hebben we ook meer inzicht nodig in de impact van niet-functionele eisen op BI-architecturen, en in de manier waarop de verschillende alternatieven de gestelde eisen al dan niet kunnen adresseren. Eigenlijk wil je dus bij iedere oplossing (concept, architectuurstijl, methode, techniek) een bijsluiter hebben die aangeeft wat zijn doel is, wat de bijwerkingen zijn, en wat de contra-indicaties zijn. Aan de bedenkers en toepassers van nieuwe oplossingen de uitdaging om hun ervaringen te delen met de BI-community.

Tussen de oren

Maar uiteindelijk begint het allemaal bij de mindset: bij het inzicht dat niet alles een spijker is. Hopelijk gaan steeds meer BI-architecten de voordelen inzien van een gereedschapskist die meer bevat dan alleen een hamer.


Print This Post
  • email
  • del.icio.us
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
Trackback URI: http://blog.grey-matter.nl/het-architectuurproces-bi-style/trackback/

Back to home page
« System of facts - maar wat zijn...
4 Responses to “Het architectuurproces, BI style”
 

Veel (architectuur)discussies worden vertroebeld door de eigengereide benadering van BI-professionals: de BI-wereld is heel anders dan rest van IT. Ik ben de eerste om toe te geven dat ik me daar ook schuldig aan heb gemaakt hetgeen die discussies niet altijd heeft geholpen. Overigens hadden mijn gesprekspartners in dit soort discussies vaak ook zo’n narrow mind dat we helemaal nergens kwamen. Lees: zich te weinig konden en wilden inleven in specifieke aspecten van BI hetgeen je wel van enterprise architecten mag verwachten; een ERP-pakket is immers toch ook wat anders dan een document management systeem. Desalniettemin is ons vak erg geholpen bij een meer generieke benadering van architectuur. Jouw voorzet past daar heel goed in. Ik ga nog een stap verder: een BI-omgeving is gewoon een verzameling BI-applicaties, net als andere applicaties in een applicatielandschap. Deze stelling behoeft nog wel de nodige verdieping (waarmee ik bezig ben) maar door BI ‘gewoon’ als een systeem te benaderen ligt het veel meer voor de hand standaard methoden voor architectuur en engineering toe te passen, zoals het opstellen van niet-functionele requirements.

Wouter van Aerle wrote on July 7th, 2009 at 10:37

 

Goed stuk, Lidwine.

De niet-functionele eisen zou ik echter nooit scharen onder het kopje ‘niet-functionele eisen’. Dat snappen de gebruikers inderdaad niet. Maar wat ze prima snappen is de vraag: wie is er verantwoordelijk voor het aanleveren van de gegevens? Wiens hoofd ligt op het hakblok als de cijfers te laat zijn? Wie gaat er ’s nachts de deur uit om de jobs te herstarten? Hoeveel tijd wil je kwijt zijn aan het beheren van de dagelijkse laadactiviteiten? Vind je het een fijn idee als de EDP-auditor zijn handtekening kan zetten onder een verklaring dat het datawarehouse de cijfers in het bronsysteem correct overneemt?

Op die manier gaan de niet-functionele eisen snel leven en is de impact op de architectuur ook duidelijk te maken. En dan kan men vervolgens alsnog de keuze maken iets niet te doen, maar dan gefundeerd.

Wat betreft de ISO9216: prima idee, alhowel ik denk dat de meeste (goede) architecten en systeemontwerpers dat lijstje al lang “instinctief” hanteren. Het is echter altijd handig het nog even als checklistje te hanteren. Net als het Zachman framework geeft het antwoord op de vraag “heb ik alle aandachtspunten nu gehad?”.

Ronald Kunenborg wrote on November 12th, 2009 at 22:55

 

@Ronald,

Exact!! De gebruiker hoeft echt niet te snappen wat “niet-functionele eisen” zijn om te kunnen uitleggen welke eisen hij aan zijn systeem stelt. Het maken van de vertaalslag tussen gebruikerswereld en IT is nou juist de taak van de architect - en dat doe je in ieder geval niet door de gebruiker als gesprekspartner af te schrijven omdat hij het IT-lingo niet kent.

Vwb gebruik van ISO9126: het gebruik als checklist is beslist één van de voordelen van het volgen van standaarden, evenals het hebben van een gemeenschappelijk kader voor communicatie. Maar m.i. kan het meer bieden dan dat.
Een goede architect heeft zo’n lijstje hopelijk al in zijn hoofd. Maar hoe is het daar gekomen? En in het verlengde daarvan: hoe gaat het in de hoofden van aspirant architecten komen? Moet ieder voor zich, al doende lerend, zijn eigen lijstje opbouwen? Of gaan we ook binnen de BI profijt trekken van kennis die in het bredere veld van de systeemarchitectuur gewoon voorhanden is?

Het mag duidelijk zijn dat ik een sterke voorkeur heb voor de laatste optie :-)

Lidwine van As wrote on November 13th, 2009 at 15:07

 

Hoi Lidwine,

wat betreft je sterke voorkeur voor het gebruik van standaarden ga ik 100% met je mee. Meestal beseffen architecten de waarde van dat lijstje overigens pas als ze een keer een paar belangrijke items vergeten zijn :)

Ronald Kunenborg wrote on December 3rd, 2009 at 22:32

Leave a Reply