Print This Post

Onlangs wierp een collega-architect de vraag op of het Web 2.0-concept “folksonomy” uitkomst zou kunnen bieden bij de vastlegging van business metadata. Tags zijn speciaal ontwikkeld als gereedschap voor het definiëren en categoriseren van begrippen; door functionaliteit voor “tagging” beschikbaar te stellen aan onze eindgebruikers, zijn zij niet meer gebonden aan de naamgeving die wij in de BI-omgeving hanteren (maar die voor hen misschien onvoldoende herkenbaar en bruikbaar is), maar kunnen ze zelf de begrippen benoemen en hernoemen.
Het idee om tagging voor dit doel in te zetten komt ook terug in de BI 2.0-gedachte. Zijn folksonomies bruikbaar in een BI-omgeving?

Folksonomy

Tagging heeft waarde voor onszelf als individuen, omdat het ons in staat stelt om die gegevens (foto’s, filmpjes, blogposts, links) die voor ons van belang zijn, te ordenen volgens een indeling die het best bij onze eigen belevingswereld aansluit. Dat je niet gebonden bent aan 1 categorie, maar net zoveel tags aan een gegeven kunt hangen als je zelf zinnig vindt, is daarbij een groot voordeel.
Tagging is daarnaast succesvol als sociaal instrument, doordat het mensen met een gedeelde belevingswereld en interesse met elkaar verbindt in termen van hun specifieke, gedeelde vocabulaire. Daarin schuilt ook een belangrijke beperking: lang niet iedere gedeelde interesse vertaalt zich naar een gedeeld vocabulaire. Als je op Flickr zoekt naar foto’s van wat mensen in hun tas meeslepen (om maar een doorsnee zoekopdracht te noemen), dan kun je die vinden onder de tag “whatsinmybag“, “whatsinyourbag“, “whatisinmybag“, “whatisinyourbag“, en wie weet, misschien ook wel onder “lookwhatsinmybag” of “kijkeenswaterinmijntaszit” (of “kijkeenswaterinmetaszit” - in de folksonomy is alles geoorloofd). Het is dus te hopen dat je geen totaaloverzicht van alle tassen-met-inhoudsfoto’s nodig hebt, want dat zit er niet in - in ieder geval niet op basis van tagging.
Keerzijde hiervan is dat eenzelfde tag door verschillende individuen voor andere begrippen gebruikt kan worden. Zo vind je bij Flickr onder de tag “notebook” zowel foto’s van notitieboekjes als van laptops.

BI: eenduidigheid is alles

Het is niet voor niets dat sites die belang hebben bij compleetheid, correctheid en eenduidigheid van informatie, tagging niet of maar in beperkte mate aanbieden. Denk bijvoorbeeld aan Wikipedia: lemma’s worden gecategoriseerd in een opgelegde structuur, zonder ruimte om eigen tags te definiëren en aan artikelen te hangen. Denk ook aan Marktplaats, waar advertenties in strikte, voorgedefinieerde categorieën ondergebracht zijn. Uiteraard is die strakke indeling in het belang van zowel aanbieder als geïnteresseerde: hoe zou je een 5 jaar oude zilvergrijze Polo moeten taggen om zoveel mogelijk geïnteresseerden te trekken? En op welke tags zou je moeten zoeken om precies die 5 jaar oude zilvergrijze Polo te vinden?

Dit is exact de reden waarom we er in BI-land zo aan hechten om strakke definities af te spreken en business metadata vast te leggen. Het zijn nou juist de verschillen in begrippenkader tussen gebruikers onderling die voor problemen zorgen. Zo hebben binnen een onderneming de meeste afdelingen en gebruikersgroepen wel op één of andere manier interesse in de klant; bij doorvragen zou echter weleens kunnen blijken dat ze allemaal iets anders onder “klant” verstaan. Voor de salesmanager is een klant iedereen aan wie hij ooit een offerte heeft uitgebracht, voor de debiteurenadministratie is het iedereen die ooit een factuur toegezonden heeft gekregen, etc. Is er een taggingmechanisme beschikbaar, dan zullen al deze gebruikers het labeltje “klant” op hun klantconcept plakken. Zijn de tags zichtbaar voor alle gebruikers, dan is de spraakverwarring niet te overzien - jammer van al die moeite die we in het conformeren van de dimensies hebben gestoken.

Slagroom op de taart

Vanuit BI-oogpunt schuilt het gevaar hem dus met name in de communicatie tussen groepen met verschillende begrippenkaders. Voor deze communicatie zal altijd een eenduidige, geformaliseerde begrippenstructuur nodig zijn. Tagging leent zich hier niet voor. Als je het sociale aspect achterwege laat, zouden tags echter prima bruikbaar kunnen zijn als aanvulling op de formele structuur. Tags stellen individuele gebruikers(groepen) in staat om meer grip te krijgen op de voor hen bestemde informatie. Gebruikersgroepen die intern een benaming hanteren die het niet gehaald heeft als businessdefinitie in de formele structuur, kunnen d.m.v. tags alsnog hun eigen vertrouwde terminologie loslaten op hun rapportages.
In het hierboven aangehaalde voorbeeld, zouden alle afdeling de tag “klant” aan hun klantgerelateerde rapporten mogen hangen, ook al zou de klant van Sales in de BI-omgeving eigenlijk “prospect” heten.

Als bonus kan tagging ons, “de makers”, meer inzicht geven in de denkwereld van onze gebruikers. Analyseer hoe de gebruikers hun gegevens taggen, en ontdek dat de hele onderneming businessterm B gebruikt, hoewel businessterm A tijdens de informatie-analyse als beste uit de bus kwam. Ontdek ook dat afdeling 1, 2 en 3 hun rapporten allemaal taggen met begrip C, terwijl ze eigenlijk resp. D, E en F bedoelen. Hoe beter we de gebruiker kennen, hoe beter we hem kunnen ondersteunen.

(A)sociaal

Tagging kan dus wel degelijk nut hebben voor BI-omgevingen, maar dan wel zonder het sociale aspect wat in Web 2.0 zo belangrijk is. Het zou interessant zijn om te onderzoeken of dat ook opgaat voor andere Web 2.0-kenmerken die relevant zijn voor BI 2.0; maar dat is voer voor een toekomstige blogposting.


Print This Post
  • email
  • del.icio.us
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
Trackback URI: http://blog.grey-matter.nl/tags-als-instrument-voor-business-metadata/trackback/

Back to home page
Data Vault: meer dan modellering »

Leave a Reply